Status quo ante – Over de noodzaak tot vernieuwing van de psychische diagnostiek

Dth - Tập 20 - Trang 147-160 - 2000
Herman van Praag

Tóm tắt

Het nosologische ziektemodel domineert de psychiatrie al sinds vele jaren; ondanks het feit dat het vooralsnog onmogelijk is gebleken categorieën af te grenzen met voldoende (predictieve) validiteit. Ook is het onwaarschijnlijk dat onderzoek van niet-valide constructen, resultaten op zal leveren die reproduceerbaar en voor de praktijk bruikbaar zijn. Dit gold vóór de invoering van de dsm-iii en het geldt nog steeds. Het huidige, op dsm-iii gebaseerde en nosologisch georiënteerde classificatiesysteem heeft voorts schadelijke nevenwerkingen. Het heeft geleid tot vergroving van de diagnostiek, tot proliferatie van nieuwe diagnostische entiteiten, tot uitvergroting van de comorbiditeitsproblematiek, tot grensproblemen en tot veronachtzaming van de factor psychogenese. Er wordt gepleit voor reconstructie van de psychiatrische diagnostiek om tot grotere precisie te komen en beter aansluiting te vinden bij de psychiatrische praktijk. Wegen hiertoe worden besproken. Ten slotte wordt de principiële vraag gesteld of het nosologische ziektemodel zélf wel valide is, dat wil zeggen geldigheid bezit in de psychiatrie. De conclusie luidt dat er goede redenen zijn dit te betwijfelen en dat het derhalve raadzaam is alternatieve ziektemodellen te conceptualiseren. Het reactievormmodel wordt als zodanig naar voren gescho-ven. De karakteristieken hiervan worden besproken en er wordt voor gepleit de wetenschappelijke en heuristische waarde van dit model te onderzoeken in ver-gelijking met het nosologische model. Dit is mogelijk op basis van de gerecon-strueerde psychiatrische diagnostiek die eerder werd besproken.

Tài liệu tham khảo

Angst, J., Merikangas, K.R., Scheidegger, P., & Wicki, W. (1990). Recurrent brief depression: A new subtype of depression. Journal of Affective Disorders, 19, 37-48. Berman, K.F., & Weinberger, D.R. (1991). Functional localization in the brain in schizophrenia. In A. Tasman and S.M. Goldfinger (Eds.), American Psychiatric Press Review of Psychiatry (vol. 10). Washington: American Psychiatric Press. Coccaro, E.F. (1992). Impulsive aggression and central serotonergic system function in humans; an example of a dimensional brain-behavior relation-ship. International Clinical Psychopharmacology, 7, 3-12. Cryhan, J.F., & Leonard, B.E. (2000). 5-HT 1a and beyond: the role of serotonin and its receptors in depression and the antidepressant response. Human Psychopharmacology, 15, 113-135. Herpertz, S., Steinmeyer, E.M., & Sass, H. (1998). On the conceptualisation of subaffective personality disorders. European Psychiatry, 13, 9-17. Highley, J.D., Mehlman, P., Taub, D., Highley, S.B., Vickers, J.H., Suomi, S.J., & Linnoila, M. (1992). Cerebrospinal fluid monoamine and adrenal correlates of aggression in free-ranging rhesus monkeys. Archives of General Psychiatry, 49, 436-441. Judd, L.L., Akiskal, H.S., & Paulus, M.P. (1997). The role and clinical signifi-cance of subsyndromal depressive symptoms (ssd) in unipolar major depres-sive disorder. Journal of Affective Disorders, 45, 5-18. Kahlbaum, K. (1863). Die Gruppirung der psychischen Krankheiten. Danzig: Kafemann. Klein, D.N. (1990). Depressive personality: Reliability, validity and relation to dysthymia. Journal of Abnormal Psychology, 99, 412-421. Knable, M.B., Kleinman, J.E., & Weinberger, D.R. (1998). Neurobiology of schizophrenia. In A.E. Schatzberg & Ch.B. Nemeroff (Eds.), Textbook of psychopharmacology. Washington: American Psychiatric Press. Lesch, K.P., Mayer, S., Disselkamp-Tietze, J., Hoh, A., Wiesmann, M., Osterheider, M., & Schulte, H.M. (1990). 5-HT 1a receptor responsivity in unipolar depression evaluation of ipsapirone-induced acth and cortisol secretion in patients and controls. Biological Psychiatry, 28, 620-628. Maj, M., & Sartorius, N. (Eds.) (2000). Schizophrenia. Chichester: John Wiley. Maj, M., & Sartorius, N. (Eds.) (1999). Depressive disorders. Chichester: John Wiley. Meyer, A. (1966). Adolf Meyer and the Development of American Psychiatry. American Journal of Psychiatry, 123, 320-332. Musselman, D.L., De Battista, Ch., Nathan, K.I., Kilts, C., Schatzberg, A., & Nemeroff, Ch.B. (1998). Biology of mood disorders. In A.F. Schatzberg & Ch.B. Nemeroff (Eds.), Textbook of psychopharmacology. Washington: American Psychiatric Press. Praag, H.M. van (1976). About the impossible concept of schizophrenia. Comprehensive Psychiatry, 17, 481-497. Praag, H.M. van (1962). Een kritisch onderzoek naar de betekenis van mono-amineoxydase-remming als therapeutisch principe bij de behandeling van depressies. Utrecht: Diss. Praag, H.M. van (1989). Diagnosing depression. Looking backward into the future. Psychiatry Development, 7, 375-394. Praag, H.M. van (1992a). Make Believes in psychiatry or the perils of progress. New York: Brunner Mazel. Praag, H.M. van (1992b). Reconquest of the subjective. Against the waning of psychiatric diagnosing. British Journal of Psychiatry, 160, 266-271. Praag, H.M. van (1993) Diagnosis, the rate-limiting factor of biological depres-sion research. Neuropsychobiology, 28, 197-206. Praag, H.M. van (1996). Faulty cortisol/serotonin interplay. Psychopathologi-cal and biological characterisation of a new hypothetical depression subtype (SeCA depression). Psychiatry Research, 65, 143-157. Praag, H.M. van (1998). Inflationary tendencies in judging the yield of depression research. Neuropsychobiology, 37, 130-141. Praag, H.M. van (1998). Voorbij de hoofdstroom. Over de wetenschappelijke ankerpunten van een psychiatrische loopbaan. Amsterdam: Uitgeverij De Balans. Praag, H.M. van (1999). Nosologomanie, een aandoening van de psychiatrie. Tijdschrift voor Psychiatrie, 41, 703-712. Praag, H.M. van (2000). Psychofarmaca. Een leidraad voor de praktiserend medicus. 4e druk. Assen: Van Gorkum. Praag, H.M. van, & Korf, J. (1971) Endogenous depressions with and without disturbances in the 5-Hydroxytryptamine metabolism: a biochemical classification? Psychopharmacology, 19, 148-152. Praag, H.M. van, & Leijnse, B. (1964). Die Bedeutung der Psychopharmakologie fur die klinische Psychiatrie. Systematik als notwendiger Ausgangspunkt. Nervenarzt, 34, 530-537. Praag, H.M. van, & Leijnse, B. (1965). Neubewertung des Syndroms. Skizze einer funktionellen Pathologie. Psychiatry Neurology Neurochirurgy, 68, 50-66. Praag, H.M. van, Asnis G.M., Kahn, R.S., Brown, S.L., Korn, M., Harkavy Friedman, J.M., & Wetzler, S. (1990). Monoamines and abnormal behavior. A multi-aminergic perspective. British Journal of Psychiatry, 157, 723-734. Praag, H.M. van, Kahn, R.S., Asnis, G.M., Wetzler, S., Brown, S., Bleich, A., & Korn, M. (1987). Denosologization of biological psychiatry or The speci-ficity of 5-HT disturbances in psychiatric disorders. Journal of Affective Disorders, 13, 1-8. Praag, H.M. van, Korf, J., & Puite, J. (1970) 5-Hydroxindoleacetic acid levels in the cerebrospinal fluid of depressive patients treated with probenecid. Nature, 225, 1259-1260. Praag, H.M. van, Korf, J., & Schut, T. (1973). Cerebral monoamines and depression. An investigation with the probenecid technique. Archives of General Psychiatry, 28, 827-831. Praag, H.M. van, Uleman, A.M., & Spitz, J.C. (1965). The vital syndrome interview. A structured standard interview for the recognition and registration of the vital depression symptom complex. Psychiatry Neurology Neurochirurgy, 68, 329-346. Sargent, P.A., Kjaer, K.H., Bench, C.J., Rabiner, E.A., Messa, C., Meyer, J., Gunn, R.N., Grasby, P.M., & Cowen, P.J. (2000) Brain serotonin 1a receptor binding measured by positron emission tomography with [11C]WAY-100635. Archives of General Psychiatry, 57, 174-180. Wright, I.C., Rabe-Hesketh, S., Woodruff, P.W.R., David, A.S., Murray, R.M., & Bullmore, E.T. (2000). Meta-analysis of regional brain volumes in schizophrenia. American Journal of Psychiatry, 157, 16-25.